Aan het einde van deze les is bekend:
| |
Namen gevenIn Excel is het mogelijk om een cel of een cellenbereik een naam te geven. In formules en macro’s kan naar een naam worden verwezen wat het geheel leesbaarder maakt. Het geven van een naam bestaat uit twee stappen:
|
|
| Er verschijnt dan een venster waarin je de naam kunt ingeven. Ook wordt onderin
aangegeven waar de naam naar verwijst.
In dit venster is het ook mogelijk andere namen te verwijderen, of te kijken naar welke selectie ze
verwijzen. Zo verwijst "Cel_F12" naar F12.
Let op! De naam van een bereik mag maximaal 255 karakters lang zijn, niet met een cijfer beginnen,
geen spaties bevatten, geen /, : (dubbele punt), ; (punt komma), [ of ], en ook geen wiskundige tekens
zoals *, =, + of -. De naam van de cel mag ook niet identiek zijn aan de Excel celverwijzing. Dus F12,
A3457 mogen niet, maar F70000 en IW12 mogen weer wel omdat Excel 65.536 rijen bevat en 256 kolommen
(kolom IV is de 256e kolom). Klik hier om te lezen over de uitbreidingen in de volgende versie van Excel.
(Deze site is in het Engels)
Een opsomming van alle gebruikte namen in een werkblad is als volgt te maken. Ga naar Invoegen - Naam - Plakken, en klik op de knop "Lijst plakken". Vanaf de actieve cel naar beneden worden de namen en de cellenbereiken geplakt. Let op! De verwijzing begint met een =-teken. Als de cel geactiveerd wordt, en verlaten door het geven van een enter, wordt de celverwijzing als een formule ingevoerd! |
|
ConstanteHet is ook mogelijk een constante een naam te geven. In het dialoogvenster "Naam bepalen" wordt op de normale manier een naam ingegeven, en bij ‘Verwijst naar:’ wordt de celverwijzing vervangen door bijv. =0,19, of =50%. |
|
Namen in tabellenEen tabel bestaat uit verschillende bereiken. (rijen en kolommen) die een naam gegeven kunnen worden om tellingen te vergemakkelijken. Excel maakt het eenvoudig die namen te definiëren. Zie hiernaast voor een voorbeeldtabel. Het snel geven van namen gaat als volgt. Selecteer het bereik B3:F16, en ga naar Invoegen - Naam - Maken en het volgende venster verschijnt:
Excel stelt zelf voor om van de bovenste rij de naam te maken voor de selectie eronder. Klik op
OK. De naam voor Regio 1 wordt Regio_1.
Op deze manier kan ook A4:F16 geselecteerd worden om namen in de linkerkolom te bepalen.
Het voordeel van namen geven aan cellen of cellenbereiken, is dat ze gebruikt kunnen worden in
formules. Wanneer de kolomnaam of rijnaam een ongeldige naam zal opleveren, voegt Excel zelf een _
(underscore) toe, of er wordt geen naam gegeven.
|
|
Namen in formules en validatieWanneer de jaarwinst van regio 1 in een formule moet komen te staan, dan kan dat door in een cel in te voeren: ="jaar regio_1". De opmaak wordt niet meegenomen, alleen de waarde van de cel. Wanneer in kolom B onder de tabel de formule "=mei" wordt ingevoerd, dan wordt de omzet van mei van regio 1 getoond omdat de naam Regio_1 voor kolom B geldt. Als deze formule naar kolom C wordt gesleept, wordt de omzet van regio 2 getoond. Op dezelfde manier kan per rij (maand) de winst via bijv. "=Regio_1" worden opgehaald. De totale omzet van het gehele jaar kan getoond worden via "=jaar totaal", maar ook via "=totaal jaar". Via valideren is het mogelijk de invoer in een cel te beperken door een lijst te hanteren. Valideren
gaat als volgt. Ga naar Data - Valideren en nevenstaand venster verschijnt:
In deze les wordt alleen de lijst behandeld. Ga naar de les 'Valideren' om meer over valideren te lezen. Bij de optie
‘lijst’ dient bij Bron het cellenbereik aan te worden gegeven, bijv. =$A$2:$A$8.
Ook is het mogelijk om de keuzemogelijkheden in te tikken, gescheiden door een puntkomma, zoals:
BMW;Citroën;Fiat;Hyundai;Mazda;Opel;Renault. Let op! Deze manier van een lijst invoeren is
hoofdlettergevoelig.
In de gevalideerde cel komt een driehoekje te staan als de cel geselecteerd zijn. Klikkend op deze
driehoek laat de eerste acht mogelijkheden zien:
|
|
Variabel naambereikHet bereik van een naam wordt vastgesteld bij het bepalen ervan. Wanneer nu een rij tussengevoegd wordt, wordt automatisch het bereik aangepast. Maar wanneer onder het vastgesteld bereik een item toegevoegd wordt, wordt het bereik niet uitgebreid. Dit bereik is wel variabel te maken. In onderstaand voorbeeld is het bereik van ‘auto’, van cel A2 t/m A8. Als nu "Peugeot" toegevoegd wordt aan de lijst door een rij 8 in te voegen, wijzigt het bereik van de naam naar $A$2:$A$9. Echter, wanneer "Volkswagen" onderaan de lijst wordt toegevoegd, verandert het bereik niet. Dit is op te lossen door het bereik waarop de naam van toepassing is, af te laten hangen van het aantal cellen. Hiervoor wordt de functie VERSCHUIVING gebruikt. Deze functie kent de volgende argumenten: 1: verw. Dit is de startcel en hoeft geen deel uit te maken van het bereik, maar praktisch is het vaak wel. 2: rijen. Aantal rijen naar beneden vanaf de startcel geteld. 3: kolommen. Aantal kolommen naar rechts vanaf de startcel geteld. N.B. Als het bereik uit één kolom of één rij bestaat, en de startcel is de eerste cel uit het bereik, dan kunnen de vorige twee argmenten op 0 gezet worden. 4: hoogte. Het aantal rijen waaruit het bereik bestaat. 5: breedte. Het aantal kolommen waaruit het bereik bestaat. Om een dynamische naam te maken, hoeft er geen cel uit het bereik te worden gekozen. Ga naar Invoegen - Naam - Naam definiëren. Geef de naam ‘auto’, en bij "Verwijst naar:" typ je: =VERSCHUIVING('Garage Brouwer'!$A$2;0;0;AANTALARG('Garage Brouwer'!$A:$A)-1;1) Cel A2 is de eerste cel van het bereik. De volgende twee argumenten zijn daarom op 0 gezet. Om te kijken uit hoeveel rijen het variabele bereik dient te bestaan, wordt gebruik gemaakt van de functie AANTALARG. AANTALARG(A:A)-1 is het aantal auto’s in kolom A. De laatste 1 zet het aantal kolommen van het bereik op 1. Om te kijken of het werkt, kan cel C3 gevalideerd worden, en te kiezen voor het toestaan van een lijst: =auto. Klik op de driehoek om te huidige lijst auto’s te zien. Voeg in cel A9 ‘Volkswagen’toe, en klik op de lijst van cel C3 om te zien dat deVolkswagen toegevoegd is. |
|
Namen per werkblad In een groot bestand kan het voorkomen dat een bereik dezelfde naam dient te krijgen. Wanneer op de hiervoor uitgelegde manier een naam wordt gegeven aan een bereik, wordt het vorige bereik overschreven. Dit komt omdat het hier gaat om zogenaamde globale namen. Deze gelden in de gehele werkmap. Naast globale namen zijn er ook lokale namen welke slechts in één werkblad gelden. De naam van het bereik dient dan voorafgegaan te worden door de bladnaam met een ! aan het eind: Wanneer de naam van het werkblad uit meer dan één woord bestaat, dient er voor en achter de bladnaam een apostrof te komen, bijv. ‘ABN AMRO’!Polissen. In het venster ‘Naam bepalen’ zijn lokale namen herkenbaar omdat rechts de naam van het werkblad wordt getoond. Een lokale naam wordt alleen getoond in het dialoogvenster Naam bepalen als dit venster op het betreffende werkblad opgevraagd wordt. Globale variabelen worden in elk werkblad getoond. Ditzelfde geldt voor het naamvak linksboven cel A1. Wanneer nu een bepaalde naam zowel globaal als lokaal gedefinieerd is, kan er onduidelijkheid ontstaan over welke naam we gebruikt wordt. De regel is dat Excel op het werkblad met de lokale variabele de lokale variabele gebruikt. Op de andere werkbladen wordt de globale naam gebruikt. Wanneer een benoemd bereik uit een werkblad gekopieerd wordt, wordt de naam niet mee gekopieerd. |
|
EINDE LES Naambereiken. |
|