Aan het einde van deze les weet je:
| |
Pagina-instellingen aanpassen Wanneer je werkblad af is, kun je het printen. Maar voordat je het print, moet je wel weten hoe het er op papier uit komt te zien. Dat kan via de knop Afdrukvoorbeeld:
Boven het afdrukvoorbeeld verschijnen dan knoppen om de pagina aan te passen:
Via Volgende en Vorige kun je naar andere pagina’s gaan. Je kunt hier ook de toetsenbordknoppen "page up" en
"page down" gebruiken. Wanneer het werkblad op één pagina past, zijn deze knoppen grijs.
De knop in- en uitzoomen kun je gebruiken om het afdrukvoorbeeld leesbaarder te maken. Wanneer je inzoomt,
kun je met de pijltjestoetsen, en de knoppen "page up" en "page down" naar boven of beneden scrollen.
De knop afdrukken geeft een dialoogvenster om de pagina’s af te drukken. Dit venster is hetzelfde als
wanneer je in Excel op Ctrl+P drukt, of via Bestand - Afdrukken.
Met de knop instellen kun je de pagina-instelling aanpassen.
Met de knop Marges kun je in het huidige scherm de marges verschuiven. Er verschijnt een stippellijn
die met de muis verplaatst kunnen worden.
De knop Pagina-eindevoorbeeld geeft hetzelfde als in Excel bij Beeld - Pagina-eindevoorbeeld.
Klik hier om direct naar het gedeelte te gaan over het pagina_eindevoorbeeld.
|
|
AfdrukkenVia het dialoogvenster Afdrukken kan bij punt 1 aangegeven worden op welke printer de gegevens geprint moeten worden: De knop Eigenschappen (punt 2) geeft de mogelijkheid om instellingen van de printer te wijzigen. Hier kan gekozen worden om de kwaliteit van de print in dpi (dots per inch) te wijzigen, het formaat van de pagina waarop afgedrukt wordt, maar ook of er dubbelzijdig geprint moet worden (mits de printer dit ondersteunt), de afdrukstand kan op staand of liggend gezet worden, en meer. Tenslotte kun je hier ook kiezen om in kleur of zwart/wit te printen. Bij punt 3 wordt het afdrukbereik bepaald. Standaard wordt het actieve werkblad geheel afgedrukt, maar hier kan bijv. pagina 3 t/m 5 geselecteerd worden. Klik hier voor meer uitleg over het afdrukbereik. Bij nummer 4 valt te lezen wat er afgedrukt gaat worden. Standaard druk je alleen het actieve werkblad af, dit is dan het enige werkblad dat geselecteerd is. Het is ook mogelijk in Excel handmatig een tabel te selecteren om alleen dat deel af te drukken. Vink dan het rondje aan bij 'Selectie'. Ook kan er gekozen worden om alle werkbladen van het hele bestand te printen. Tenslotte is bij punt 5 te kiezen voor het aantal afdrukken en of je gesorteerd wilt afdrukken of dat je juist dezelfde prints op één stapeltje wilt hebben. Standaard staat sorteren aan. De knop Voorbeeld doet hetzelfde als in Excel op de knop te klikken,
met dien verstande dat je hier eerst een selectie kunt maken om te zien hoe die selectie geprint wordt. Als je
vanuit Excel op afdrukvoorbeeld drukt lukt dat niet, want het volledige werkblad wordt dan weergegeven.
|
|
InstellingenDe instellingen van de pagina’s die geprint gaan worden kun je aanpassen via de knop Instellen. Maar meer mogelijkheden heb je wanneer je in Excel via Bestand - Pagina-instelling... aanklikt. Het dialoogvenster dat dan verschijnt ziet er uit zoals hiernaast: Op de tab Pagina kun je de stand van de pagina wijzigen. Bij de schaal kun je er voor kiezen het afdrukbereik te verkleinen tot een minimum van 10% of te vergroten tot een maximum van 400%. Als via Pagina-voorbeeld blijkt dat de pagina die je wilt afdrukken net groter is dan een A4, dan kun je het rondje aanvinken bij 'aanpassen aan:' om Excel zelf het percentage te laten berekenen waarmee de pagina verkleind moet worden. De afdrukkwaliteit kan hier aangepast worden naar bijv. concept om te kijken hoe het geheel er uit ziet zonder al te veel inkt te gebruiken. Ook kun je hier bepalen op welk nummer de paginanummering (via de tab koptekst/voettekst) dient te beginnen. 'Automatisch' betekent dat de eerste pagina pagina 1 wordt. Het is hier vreemdgenoeg ook mogelijk een negatief aantal in te vullen. |
|
MargesOp de tab marges kun je de marges van de pagina aanpassen. De marges worden weergegeven in centimeters. Aan de bovenkant en de onderkant staan ook marges voor de koptekst/voettekst. Deze worden hierna behandeld. Je kunt het geprinte ook centreren over de pagina heen door de vierkantjes bij horizontaal of vertikaal aan te vinken. Met de knop afdrukken ga je naar het dialoogvenster afdrukken. Met de knop afdrukvoorbeeld laat je een afdrukvoorbeeld zien waarbij de wijzigingen in de pagina-instelling meegenomen worden. De knop Opties geeft de eigenschappen van de actieve printer weer. |
|
Kop- en voettekstDe tab koptekst/voettekst geeft de mogelijkheid om boven of onder hetgeen in Excel op een werkblad of pagina staat een aantal gegevens toe te voegen: Bij punt 1 kan uit een aantal standaard kopteksten gekozen worden, zoals de eigenaar van het bestand, de naam van het bestand, paginanummering, datum etc. De standaard voetteksten bij punt twee zijn identiek als de standaard kopteksten. Deze standaard tekst kan aangepast worden via de knoppen 'Aangepaste koptekst...' en 'Aangepaste voettekst...' bij punt 3. Tevens kunnen daar eigen kop- of voetteksten gemaakt worden. Klikken op de knop 'Aangepaste koptekst...', laat het volgende dialoogvenster zien: |
|
|
De knop met de A geeft de mogelijkheid het lettertype te wijzigen, de puntsgrootte, de tekst vet of cursief te maken en door te strepen of te onderstrepen. De knop met het hekje geeft het paginanummer weer, waarbij bepalend is of je bij het dialoogvenster Pagina-instelling de pagina automatisch laat beginnen, of bij een afwijkend nummer bijv. 2. De knop met de twee plusjes laat zien uit hoeveel pagina’s het te printen document bestaat. Dit begint niet bij 2 zoals hierboven wel kan. De knop met de cijfers geeft de huidige datum weer. Dit verandert als je op een andere dag hetzelfde document opent. Ditzelfde geldt voor knop nummer vijf met de klok. Het geeft het actuele tijdstip weer waarbij dus altijd bekend is op welk tijdstip een afdruk gemaakt is. |
De knop met het mapje is nieuw in Office 2003. Het is hiermee mogelijk het gehele pad weer te geven om te kunnen achterhalen waar het bestand staat. Dit pad wordt aangepast wanneer het bestand verplaatst wordt. De knop met het Excellogo geeft de bestandsnaam weer, en de knop daarnaast geeft de naam van het werkblad. Je kunt tenslotte ook nog een afbeelding invoegen dat als watermerk achter de tekst en formules op het werkblad wordt afgedrukt. Bij terugkeer naar het werkblad wordt dit watermerk niet getoond. Zodra een afbeelding ingevoegd is, kan met het meest rechtse icoontje de kenmerken van deze afbeelding aangepast worden om het in de hoek te krijgen, of juist over de hele pagina heen. Wanneer de gewenste wijzigingen zijn ingevoerd, kunnen ze doorgevoerd worden door op OK te klikken. |
|
BladTenslotte kan op de tab Blad geklikt worden: Hier kan bij Afdrukbereik alsnog een selectie gemaakt worden door in de balk te klikken en dan in Excel bepaalde cellen te kiezen. Via het ingedrukt houden van de Ctrl-toets kun je verschillende cellenbereiken selecteren, bijv. kolom A en kolom D. Maar dit wordt dan op twee afzonderlijke pagina’s afgedrukt, ook al heb je op de tab Pagina ervoor gezorgd dat er op 1 pagina geprint wordt! Bij Titels afdrukken kan bepaald worden welke rijen of kolommen standaard op iedere pagina afgedrukt worden. Dit is vooral handig bij het printen van een grote tabel waarbij de namen van de kolommen op iedere pagina zichtbaar moeten zijn. Standaard worden de rasterlijnen van Excel niet afgedrukt, maar hier kan aangegeven worden dat dit wel gedaan moet worden. De rij- en kolomkoppen zijn de letters boven de kolommen en de nummers om de rij aan te duiden. Ook hier kun je aangeven of er in kleur of in zwart-wit geprint moet worden. Wanneer bij de printerinstellingen aangegeven wordt dat er in kleur geprint dient te worden, wordt die instelling hier overschreven. Hier aangeven dat er in kleur geprint wordt, terwijl de instelling van de printer zwart/wit is, overschrijft die instelling niet. Er wordt in beide gevallen in zwart/wit geprint. Het enige verschil is wel, dat op de tab Blad aangeven dat er in wart/wit geprint moet worden ervoor zorgt dat het afdrukvoorbeeld ook in zwart/wit getoond wordt. In cellen kun je opmerkingen plaatsen ter informatie. Standaard worden deze niet afgedrukt, maar ze kunnen onderaan een pagina worden afgedrukt (dit wordt dan een extra pagina), of zoals ze op het werkblad getoond worden. Dit laatste zorgt er dan weer voor dat de inhoud van bepaalde cellen niet zichtbaar is. Je kunt hier tevens foutmeldingen onderdrukken door ze niet te laten afdrukken: <leeg>, of als liggende streepjes. Tenslotte kun je bij meerdere pagina’s weergeven wat nu pagina 2 en 3 moet worden. |
|
Pagina-eindevoorbeeldWanneer je in Excel wilt zien of hetgeen je gemaakt hebt nog wel op een pagina past, kun je een afdrukvoorbeeld opvragen. Een andere mogelijkheid is via Beeld klikken op Pagina-eindevoorbeeld .
Excel geeft hierbij de pagina-einden weer via blauwe stippellijnen.
Wanneer je de muisaanwijzer over zo’n blauwe lijn legt, wordt het een pijltje dat twee kanten opwijst.
Je kunt dan door het pagina-einde te verslepen bepalen wat er op een pagina moet komen te staan. Excel
berekent dan zelf het percentage waarmee het werkblad verkleind moet worden. Je zult zien dat het
verslepen van de rechterlijn, ook de onderste doet verplaatsen. Dit komt omdat Excel gelijk de
herberekening uitvoert.
Bij sluiten keer je terug naar het Excelwerkblad.
|
|
Einde les Afdrukmogelijkheden. | |